Graslandvernieuwing: doorzaaien of volledig herinzaaien
Een productief en gezond grasland vormt de basis voor een hoge ruwvoeropbrengst en een goede voederkwaliteit. Na verloop van tijd kan de grasmat echter achteruitgaan door intensief gebruik, droogte, onkruiddruk of bodemproblemen. Afhankelijk van de staat van het perceel kan worden gekozen voor doorzaaien of een volledige herinzaai. De juiste keuze draagt bij aan een duurzame en opbrengstrijke graslandteelt.
Doorzaaien
Doorzaaien is een geschikte methode wanneer het perceel nog voor minimaal 60 tot 70 procent uit waardevolle grassen, zoals Engels raaigras, bestaat. Open plekken, een verminderde grasbezetting of lichte structuurschade kunnen hiermee worden hersteld zonder de bestaande grasmat volledig te vernieuwen.
Doorzaaien is relatief voordelig, veroorzaakt weinig productieverlies en kan zowel in het vroege voorjaar als in het najaar worden uitgevoerd, mits de groeiomstandigheden gunstig zijn.
Vooraf wordt het gras kort gemaaid of intensief beweid tot ongeveer 3 à 4 centimeter. Vervolgens wordt het perceel gesleept of geëgd om vilt, mos en dode plantresten te verwijderen. Daarna wordt met een speciale doorzaaimachine nieuw gras ingezaaid. Voor Engels raaigras wordt doorgaans een zaaidichtheid van 15 tot 25 kilogram per hectare aangehouden. Afhankelijk van het gebruiksdoel kan ook worden gekozen voor een grasmengsel met soorten als timothee of kropaar.
Na het doorzaaien is een lichte bemesting gewenst om de jonge planten snel te laten ontwikkelen. Daarnaast blijft goed graslandbeheer essentieel. Tijdig maaien of kort beweiden zorgt ervoor dat voldoende licht de jonge grassprieten bereikt.
Volledige herinzaai
Wanneer de grasmat sterk is verouderd of bestaat uit veel ongewenste grassen en onkruiden, is volledige herinzaai vaak de beste oplossing. Dit is met name het geval bij een groot aandeel straatgras, kweek, ridderzuring, een slechte bodemstructuur of een te lage pH.
Bij volledige graslandvernieuwing wordt de bestaande grasmat meestal gescheurd door te ploegen op een diepte van ongeveer 18 tot 25 centimeter. Op lichtere gronden kan in sommige situaties worden gekozen voor frezen of een rotorkopeg, afhankelijk van de bodemomstandigheden.
Na de grondbewerking wordt het perceel geëgaliseerd en wordt, indien nodig, kalk toegediend om de zuurgraad van de bodem te corrigeren. Eventueel kan organische mest worden ingewerkt voordat het nieuwe gras wordt ingezaaid.
Voor een perceel met uitsluitend Engels raaigras wordt doorgaans 35 tot 45 kilogram zaad per hectare gebruikt. Bij productiemengsels varieert de zaaidichtheid meestal tussen 25 en 40 kilogram per hectare, afhankelijk van de samenstelling. Wanneer wordt gekozen voor een gras-klavermengsel bestaat de zaaidichtheid veelal uit 25 tot 30 kilogram graszaad en 2 tot 5 kilogram klaverzaad per hectare.
Na het zaaien wordt het perceel aangerold om een goed contact tussen zaad en bodem te creëren. Indien noodzakelijk en toegestaan kan in de jonge groeifase een selectieve onkruidbestrijding worden toegepast.
Bodem en bemesting
Een gezonde bodem is bepalend voor het succes van graslandvernieuwing. Gras groeit het best bij een pH van ongeveer 5,5 tot 6,5 op zandgrond en tussen 6,0 en 7,0 op klei- en zavelgronden. Een goede bekalking draagt bij aan een betere opname van voedingsstoffen en een vlotte ontwikkeling van de nieuwe grasmat.
Ook de bodemstructuur verdient aandacht. Verdichte lagen beperken de wortelontwikkeling en de waterinfiltratie. Indien nodig kunnen deze worden opgeheven met een woeler. Daarnaast is een goed functionerend drainagesysteem belangrijk om zowel de draagkracht als de opbrengst van het perceel te behouden.
Voor een snelle vestiging heeft jong gras voldoende stikstof, kalium en zwavel nodig. Bij gras-klaverpercelen is de behoefte aan stikstof lager, doordat klaver zelf stikstof uit de lucht kan binden. Kalium en zwavel blijven echter ook hier belangrijk voor een gezonde groei.
Beste periode voor graslandvernieuwing
Grasland kan zowel in het voorjaar als in het najaar worden vernieuwd. Het voorjaar, tussen maart en april, biedt goede mogelijkheden wanneer de bodem voldoende is opgewarmd en berijdbaar is. De beste resultaten worden echter vaak behaald bij een herinzaai in augustus of september. In deze periode is de bodem nog warm, is er doorgaans voldoende vocht beschikbaar en is de onkruiddruk vaak lager, waardoor de nieuwe grasmat zich optimaal kan ontwikkelen.